Op 2 september 1939 viel Duitsland Polen binnen en werd ik geboren.
In Tuindorp Oostzaan. Vader onder de wapenen, moeder bang en
dapper. De oorlog met razzia's, bombardementen, schuilkelders en
luchtalarm, bracht ik met de rest van mijn jeugd door in Tuindorp
Oostzaan. Als kind was ik het liefst altijd buiten en Landsmeer kende ik
van mijn vele fietstochten en het zeilen op de Breek met onze zeilkano.
De natuur was mijn huis en is dat nog. Hoewel Nederlands mijn
lievelingsvak was ging ik na mijn middelbare schooltijd studeren aan de
Akademie voor Lichamelijke Opvoeding in Amsterdam. Lesgeven leek
me leuk en als gymjuf was je tenminste een deel van het jaar buiten.
In het laatste jaar van mijn studie brak de dijk van het Noordzee kanaal
en Tuindorp Oostzaan stond onder water. Ik hoorde de geagiteerde
stemmen van mijn moeder en de buurvrouw en dacht dat het weer
oorlog was. Een paar weken later zat ik bij kaarslicht mijn tentamens
voor te bereiden.
Eenmaal getrouwd bewoonde ik met echtgenoot 3 jaar een zolderkamer
van 3 bij 4 meter in de Amsterdamse Pijp. Zonder toilet (de hospita had
een toilet!), zonder wasmachine (de wasserette!) en zonder douche (de
ouders!). Hoewel het er erg klein was - je kon als het ware vanuit het
bed het theewater opzetten - hadden we voor de gezelligheid twee
cavia's. Verder bestond de levende have uit muizen, heel veel muizen,
wilde muizen achter het tengelbehang die 's nachts langs muren en
plafond liepen en die we levend vingen en in de dakgoot weer vrij
lieten.
Na drie jaar kwamen we in aanmerking voor een flat in de Banne
Buiksloot.
"Wat baat het de mens, zo hij de hele wereld bezit maar schade lijdt
aan zijn eigen ziel". Vrij naar Marcus 8:36-37 was dit de poster die ik in
de zestiger jaren achter het raam van onze galerijflat had geplakt. De
tijd van provo, de kabouterpartij, de studentenopstanden en de
bezetting van het Maagdenhuis. Een tijd waar we de suffe en
benauwende vijftiger jaren achter ons zouden laten. Een tijd van nieuw
elan. Een tijd waarin we kinderen kregen en een tijd waarin ik hoopte
dat het meer zou gaan over het zijn en minder over het hebben. Wat
baat het de mens bleef bij mij hangen en vond ik in het gedachtegoed
van de PPR met zijn éducation permanente, de mogelijkheid bieden om
later in het leven verder te leren.Toen ik in 1978 in Landsmeer kwam
wonen werd ik dan ook meteen lid van de PPR Landsmeer met de
onvolprezen Cor Visser als raadslid. Ik hielp mee aan het schrijven van
delen van het gemeentelijke verkiezingsprogramma b.v. over het
hondenbeleid. Het gemeentebestuur wilde de hondenbelasting
verhogen en daar waren wij tegen want dat zou ouderen met een laag
inkomen treffen, terwijl voor veel ouderen een hond nou juist kan
helpen tegen eenzaamheid. Ook hebben we toen gepleit voor het
inrichten/aanwijzen van hondenuitlaatplaatsen ("als de
plantsoenendienst klaagt over drollen in hun gezicht bij het maaien, dan moeten
ze de maaier achter de trekker zetten.") En toen een
herziening van de verordening van de begraafplaats aanbrak hebben we
er voor gepleit dat afbeeldingen van de overledenen op hun graf
voortaan toegestaan werden. (In de oude verordening was het strikt
verboden beeltenissen op het graf te plaatsen.) Later werden de PPR en
de CPN samen een nieuwe partij: GroenLinks. Dat ging niet zonder slag
of stoot: we onderhandelden met de zwaar dogmatische "horizontalen"
van de CPN van Landsmeer en Oostzaan. (Ik herinner mij een
bijeenkomst waar de argwaan van Oostzaanse zijde zo groot was, dat
de appeltaart die Ank en ik hadden gebakken om het allemaal wat
gezelliger te houden, met argwaan werd bekeken alsof hij vergiftigd
was). Met de Oostzaanse CPN is het dan ook nooit wat geworden.
In de tijd dat mijn kinderen nog in het basisonderwijs in Landsmeer
zaten, was de enige fietsverbinding naar Amsterdam via het lint.
Kinderen die naar hun middelbare school in Amsterdam moesten fietsen
deden dat niet zonder gevaar. Ik zag de bui al hangen en met nog drie
verontruste ouders heb ik jarenlang actie gevoerd voor een veilige
fietsverbinding door de weilanden langs de Gouwe naar Amsterdam. Tot
in de Raad van State hebben we actie gevoerd en onze actiegroep
heeft 10 jaar actie moeten voeren voordat het fietspad er lag: het
Amsterdamse pad dat beter het Ank Kaczmarek pad had kunnen heten,
de drijvende kracht van onze actiegroep. We vergeten zo vaak zij die er
toe deden te eren in ons dorp. Onze kinderen zaten inmiddels al hoog
en breed op het voortgezet onderwijs in Amsterdam waar een van mijn
kinderen op het lint omver gereden werd door een bus: "mamma ik zag
de wielen nog net langs mij rijden".
Als docent bewegingsonderwijs heb ik 42 jaar les gegeven op
verschillende scholen. Eerst op een huishoudschool in Zaandam, daarna
in het basisonderwijs in Amsterdam Noord. Maar de meeste jaren gaf ik
les op wat later het Bredero College heette. (De school is in mijn tijd
vier maal van naam veranderd.) Grootste opdracht in mijn vak was
voor mij: hoe houd ik motorisch minder begaafde kinderen binnen de
boot. Hoe kan je ze plezier in bewegen laten ondervinden, zodat ze ook
in hun verdere leven niet afhaken. Een aantal jaren was ik bestuurslid
van de Werkgroep Bewegingsonderwijs, een landelijke groep van
vakdocenten bewegingsonderwijs die nieuwe uitdagende
bewegingssituaties ontwikkelden waarin zowel motorisch getalenteerde
als motorisch minder begaafde kinderen tot hun recht konden komen.
En dus werd het vernederende kiezen voor partijen door ons definitief in
de ban gedaan.
Ook het lot van dieren trok ik me aan. In de tijd dat we in de
Havezathe woonden hebben we een jong gansje gered dat met een
gebroken pootje in het nest was achtergelaten op een eilandje in het
water achter Stoutenburg. We hebben haar laten opgroeien, eerst in
huis, later in de konijnenberg in de tuin en tenslotte vrij langs de
Nieuwe Gouw, tot een volwassen gans. Schorre noemden we haar toen
ze het piepen verruilde voor gakken.
Door de vondst van een jong egeltje 's winters in mijn tuin raakte ik
betrokken bij de egelopvang waar ik daarna jarenlang als vrijwilliger
heb gezorgd voor het in gesloten tuinen opvangen, verzorgen en
uitzetten van bij de opvang genezen egels.
Terug naar de mensen:
Toen seksueel misbruik en incest in de publiciteit kwamen heb ik mij
bekwaamd in het geven van lessen zelfverdediging voor meisjes. Deze
lessen heb ik behalve aan volwassen vrouwen en 50+ vrouwen vooral
vele jaren gegeven aan de achtste groepers van een aantal
basisscholen in Landsmeer. Ik deed dat na schooltijd en voor een kleine
vergoeding om het niet te vrijblijvend te laten zijn. Een boekje dat ik
gemaakt had met uitleg van de diverse bevrijdings- en
aanvalstechnieken met foto's van André Ruigrok kreeg elke leerling aan
het eind van de cursus mee. In mijn eigen lessen op de - wat toen nog
Scholen Gemeenschap Noord heette - gaf ik de zelfverdedigingslessen
in de brugklassen. In deze lessen die bestonden uit een fysiek en een
mentaal deel, kwam standaard ook het thema pesten aan de orde. Voor
mijn inzet om - tegen alle stromen in - de lessen zelfverdediging voor
meisjes te implementeren in de lessen bewegingsonderwijs van mijn
school en voor het -onder veel wantrouwen en tegenwerking van de
schoolleiding- opzetten van een team van vertrouwenspersonen binnen
de school, ontving ik in 1991 de emancipatieprijs van het stadsdeel
Amsterdam Noord.
Inmiddels gepensioneerd heb ik aanvankelijk vrijwilligerswerk gedaan
op de Montessori basisschool in Landsmeer als overblijf oma en als
"huisfotograaf". Thans ben ik taalvrijwilliger en help ik statushouders de
Nederlandse taal leren en werk te zoeken zodat ze niet meer van de
bijstand afhankelijk zijn. Alweer een job om te voorkomen dat mensen
buiten de boot vallen.
Wat betreft mijn hobby's: in de loop van de tijd heb ik vele hobby's
beoefend, maar mijn grootste hobby
was en is nog steeds het fotograferen.
Dit is wat er binnen mijn bereik is en was. Maar er is nog veel waar ik
meer aandacht voor zou willen.
Aandacht voor hen die niet aan alles wat er in onze maatschappij zich
afspeelt kunnen deelnemen, die de taal van onze regeringsleiders niet
begrijpen en geen kranten kunnen lezen, en ook voor hen die niet de
financiën hebben om te kunnen profiteren van de subsidies voor de
energietransitie, maar vaak wel in de minst geïsoleerde huizen wonen.
Aandacht voor kinderen die thuis geen hulp bij het maken van hun
huiswerk kunnen krijgen en waar ook geen geld is voor bijlessen of
huiswerkbegeleiding. (Gratis huiswerkbegeleiding voor kinderen uit
bijstandsgezinnen zou naar mijn mening elke gemeente moeten faciliteren).
Kortom aandacht voor hen die ook hier buiten de boot dreigen te vallen.
En ik maak me zorgen.
Zorgen over hoe we met onze moeder aarde omgaan, over hoe wij haar
in al onze kortzichtigheid uitbuiten. Kortom, zorgen over een aarde die
ons gegeven is maar die we zo slecht onderhouden Zorgen ook over
het doorgeslagen neoliberalisme en over het slagveld van de
marktwerking. En zorgen over een samenleving waar weinigen veel en velen
weinig bezitten.